www.wimjongman.nl

(homepagina)


DE OUDERDOM VAN DE MENS

Wanneer ongeveer heeft God Adam en Eva geschapen ?

God heeft Adam en Eva geschapen ongeveer 6.000 jaar geleden, dat is dus ongeveer 4.000 jaar vóór Jezus Christus.

Volgens de bijbelse chronologieÎn (afstammingslijsten) van de Hebreeuwse Bijbel, de Thorah, telt men ongeveer 2.000 jaar tussen de Schepping van Adam en de roeping van Abram (later Abraham), vervolgens nog eens 1.000 jaar tot aan de regering van Koning David, en dan nog eens 1.000 jaar tot de geboorte van Jezus Christus. Totaal 4.000 jaar van Adam tot Jezus Christus.

De Rabbijnen stellen echter dat die tijdsduur 3760 jaar bedroeg en komen dus met een verschil van 240 jaar.

De afstammingslijsten van de Septuagint, de Griekse vertaling van het Oude Testament, geven de geboorte van Christus - valselijk - op 5.500 jaar na Adam. De verklaring daarvoor is, dat de joodse geleerden, die zo'n 200 ‡ 300 jaar vóór Christus in Egypte de Hebreeuwse Bijbel in het Grieks hebben omgezet, de originele leeftijden hebben 'aangepast' op grond van de vermeende ouderdom van de Egyptische dynastieën.

De beroemde 'Traditie van Elïas', waarover wordt gesproken in de Talmoed, het boek van de joodse rabbijnen, kondigt aan: "De wereld zal 6.000 jaar in beslag nemen: 2.000 jaar vóór de Wet [van Mozes], 2.000 jaar onder de Wet, en 2.000 jaar onder de Messias. "Dus 2.000 jaar van Adam via Abraham tot Mozes, onder de natuurwet, door God aan Adam gegeven, vervolgens uitgebreid door Noa (Noach). Dan 2.000 jaar onder de Mozaïsche Wet, ingevoerd door de Aramese Aartsvader Mozes. Tenslotte 2.000 jaar onder de Wet van de Messias (Jezus Christus).

De mondelinge joodse traditie (van de rabbijnen) en de Hebreeuwse Schriften komen dus wonderbaarlijk goed overeen om de tijd tussen Adam en de Messias Jezus Christus op 4.000 jaar te bepalen. Hierbij gevoegd 2.000 jaar van onze jaartelling, geeft 6.000 jaar na Adam voor het jaar 2.000. Al deze mooie, ronde getallen moeten vanzelfsprekend als afrondingen worden beschouwd.

Toch geeft de officiÎle joodse kalender, die heden in de staat Israël en in de joodse wereld in gebruik is, 5760 voor ons jaar 2.000, en niet 6.000. Dit verschil van 240 jaar tussen de huidige joodse kalender en de eigen Hebreeuwse basisgegevens (de Thorah en de traditie van de rabbijnen) is verklaard door de beroemde 19e eeuwse Franse Rabbijn, die zich bekeerde tot het Rooms-Katholieke geloof, Paul Drach, in zijn boek "De l'harmonie entre l'Église et la Synagogue, ou Perpétuité et catholicité (Paris, Mellier, 1844): "De Messias moest komen na de tweede 2.000 jaar. Welnu, daar de menswording en de geboorte van Onze Heer [Jezus Christus] samenvallen met dit tijdperk, hebben de Rabbijnen, onder druk staande van de Traditie, op ongeloofwaardige wijze 240 jaar van de algemene chronologie afgeknabbeld."

Het Jodendom kent dus een eigen tijdrekening en kalender. De joodse jaartelling rekent vanaf de schepping der wereld, uitgaande van de cronologische gegevens van het bijbelverhaal. In de praktijk wordt het jaartal met Hebreeuwse letters geschreven en het duizendtal vaak weggelaten, zodat we ook kunnen omrekenen met een verschil van 240 jaar.

De joodse kalender gaat uit van de stand van de maan. Iedere nieuwe maan is het begin van een nieuwe maand. Eeen maan-maand duurt 291/2 dag en duren de joodse maanden afwisselend 29 - 30 dagen. Verschil met het zonejaar wordt weggewerkt door een op zijn tijd een extra 13de maand. Het jaar 2000 was gelijk aan het jaar 5760.

Het merkwaardige is dat men wel zegt dat het sabbatsjaar 2017 de honderdtwintigste is, met andere woorden 50 x 120 is 6000 jaar.

Als de bijbel zegt dat Israël 70 sabbatjaren niet heeft gevierd en dan 605 v.Chr. wordt weggevoerd, dan kom je al op 1035 voor Chr.

In de 'berekeningen' van de Rabbijnen, die leefden na het jaar 100 p.C. (p.C. is na Christum, na Christus) - welke berekeningen ten grondslag liggen aan de huidige joodse kalender - is met opzet een fout van 240 jaar ingevoerd. Het enige doel daarvan was te verhullen, dat de Mensenzoon in het vlees was gekomen volgens de Schriften, op de gestelde tijd, aan het einde van de regering onder de Mozaïsche Wet, toen de volheid der tijden was gekomen, ... en zoals het in de Hebreeuwse kalender en de mondelinge joodse traditie was vastgelegd.

De Franse geleerde Fernand Crombette - die van huis uit ingenieur is en geen bijbelgeleerde was - geeft op grond van zijn aardrijkskundige, historische en taalkundige onderzoekingen de volgende jaartallen van enige belangrijke bijbelse gebeurtenissen (a.C. is ante Christum, vóór Christus):

De schepping van Adam 4004 a.C.

De Zondvloed rond 2348 a.C. met het einde in 2347 a.C.

Een verandering in de positie van de aarde (ten opzichte van de andere hemellichamen) tegen het jaar 2004 a.C.

De dood van Noa in 1997 a.C.

De dood van Jozef, onderkoning van Egypte, in 1584 a.C.

Wederom een verstoring van de positie van de aarde, nu omgekeerd gericht vergeleken met de vorige, en wel tijdens de Exodus (Uittocht) van de Hebreeën uit Egypte in april 1226 a.C.

De geboorte van Onze Heer Jezus Christus 4 a.C.