www.wimjongman.nl

(homepagina)

Het doel van de Verdrukking versus de aard van de kerk

12 maart 2014 | door Jack Kelley

“ Wees dan waakzaam, want u weet de dag en ook het uur niet waarop de Zoon des mensen komen zal.” (Matt. 25:13)

Degenen die studie van de profetie uit de weg gaan, zijn dol op het bovengenoemde vers als hun rechtvaardiging. Maar eerder in dezelfde passage heeft de Heer iedereen vermaand zijn woorden van profetie te lezen en te begrijpen (Matt 24:15). Daarnaast schreef de apostel Paulus dat de gebeurtenissen die leiden tot het einde van het tijdperk de gelovigen niet mag verrassen (1 Thes. 5:4) wat impliceert dat wij ermee vertrouwd moeten zijn.

Omdat de Bijbel niet met zichzelf in tegenspraak kan zijn, moet Jezus zich in Matt. 24:15 op een ander publiek hebben gericht dan in Matt. 25:13. En ja hoor, een nadere blik onthult dat zowel de impliciete timing en de doelgroep van de twee Mattheüs-passages verschillend zijn. Matt. 24:15 was bedoeld voor iedereen die ooit de passage zou lezen, maar in Matt 25:13 sprak de Heer alleen tegen mensen die nog op aarde zijn bij de wederkomst. We weten dit omdat dit het vervolg is op Matt. 24:30 dat de tweede komst beschrijft. Matt. 24:36-37 bevestigt het kader van de tweede komst, evenals Matt. 25:1.

Wat zowel de Heer (Matt.24:15) als Paulus (1 Thes. 5:4) zeiden, is dat terwijl we het exacte tijdstip van dingen niet weten, we wel de opeenvolging van gebeurtenissen moeten begrijpen die aan de Dag des Heren vooraf gaan. En misschien is er geen gebeurtenis in die reeks die meer controversieel is dan de opname van de kerk, met name als het gaat om de grote verdrukking.

Het lijkt mij dat het eerste wat we doen moeten, in een poging om te gehoorzamen aan de opdracht van de Heer om alles te begrijpen, is om twee dingen te verduidelijken: 1) het doel van de Grote Verdrukking, 2) de aard van de kerk.

Het doel van de Grote Verdrukking

De uitdrukking 'Grote Verdrukking' verwijst naar een bepaald voorval, geen algemene toestand. Terwijl de Heer de discipelen waarschuwde dat zij en wij verdrukking als een algemene toestand in deze wereld zouden ervaren (Joh. 16:33), duidt Hij duidelijk de grote verdrukking aan als met een specifiek begin en einde. Het zal beginnen als de gruwel der verwoesting, die door Daniel is geprofeteerd wordt opgericht in de tempel (in het midden van de laatste 7 jaar van deze geschiedenis) en eindigen net vóór de terugkeer van de Heer, drie en een half jaar later (Daniel 9:24-27 en Matt. 24:29-30).

De grote verdrukking is voornamelijk joods in de kern. In feite verwijst het naar een tijd van benauwdheid voor Jakob, totdat de Heer de uitdrukking "Grote verdrukking" bedacht in Matt 24:21. Daarbij zei Hij dat het een tijd van ongeëvenaarde nood zou zijn, uniek in de geschiedenis van de wereld.

Jeremiah 30:3-11 geeft ons de duidelijkste definitie van het algehele doel. Laten we het lezen:

“Want zie, er komen dagen, spreekt de HEERE, dat Ik een omkeer zal brengen in de gevangenschap van Mijn volk, Israël en Juda, zegt de HEERE, en Ik hen zal terugbrengen naar het land dat Ik hun vaderen gegeven heb, en zij zullen het in bezit nemen.”

“ Dit zijn de woorden die de HEERE gesproken heeft tot Israël en tot Juda. Want zo zegt de HEERE: Een schrikwekkende stem hebben wij gehoord, angst is er, geen vrede. Vraag toch en zie of een man baren kan? Waarom heb Ik dan iedere man gezien met zijn handen op zijn heupen als een barende vrouw, en waarom zijn alle gezichten lijkbleek weggetrokken?”

“Wee! Want die dag is groot, er is er geen als hij. Het is een tijd van benauwdheid voor Jakob, toch zal hij daaruit verlost worden.”

“Want op die dag zal het geschieden, spreekt de HEERE van de legermachten, dat Ik zijn juk van uw nek zal breken en uw banden zal verscheuren. Vreemden zullen zich niet meer door hem laten dienen, maar zij zullen de HEERE, hun God, dienen, en hun Koning, David, Die Ik hun zal doen opstaan.”

“U dan, wees niet bevreesd, Mijn dienaar Jakob, spreekt de HEERE, wees niet ontsteld, Israël, want zie, Ik ga u verlossen uit verre landen, uw nageslacht uit het land van hun gevangenschap, zodat Jakob terugkeert, rust heeft en zonder zorgen is, en niemand hem schrik aanjaagt.”

“Want Ik ben met u, spreekt de HEERE, om u te verlossen, want Ik maak een vernietigend einde aan alle heidenvolken waarheen Ik u verspreid heb, maar aan u zal Ik geen vernietigend einde maken. Ik zal u bestraffen met mate, maar u beslist niet voor onschuldig houden.”

In deze passage is de gebeurtenis voorspeld, en het doel ervan uitgelegd, en de timing duidelijk gemaakt. Laten we de timing als eerste nemen. Volgens vers 3 zal het plaats vinden nadat Israël en Juda opnieuw worden verzameld in het land als een natie, en vers 9 zegt dat het zal eindigen met David die opnieuw weer hun koning is.

Er zijn twee bijeenvergaderingen geweest sinds de passage werd geschreven, maar de eerste, beginnend in 535 v.Chr., was zonder te resulteren in een Israël met koning David. (In feite hebben zij van ongeveer 600 v.Chr tot op de dag helemaal geen legitieme koning gehad.)

Het tweede her-bijeenverzameling begon in 1948 AD en blijft doorgaan tot op deze dag. Hoewel de bevolking van Israël blijft groeien, doet de Joodse bevolking van alle natiën waarnaar de Joden zijn verstrooid dat ook, en er zijn nog steeds net zo veel Joden buiten Israël als er in het land zijn. Dat alles zal snel veranderen als de Heer zijn gehele volk oproept om terug te keren naar hun beloofde Land na zijn overwinning in de slag van Ezechiël 38-39. Daarom is het de tweede her-verzameling die tot de vervulling van Jeremia 30:3-11 zal leiden. Jesaja voorspelde dat de tweede bijeenvergadering een einde zal maken aan het geschil tussen Israël en Juda (Jesaja 11:11-13), en Ezechiël 37:15-25 bevestigt dat ergens na deze vereniging David hun koning zal zijn.

“Want Ik maak een vernietigend einde aan alle heidenvolken waarheen Ik u verspreid heb, maar aan u zal Ik geen vernietigend einde maken. Ik zal u bestraffen met mate, maar u beslist niet voor onschuldig houden.” (Jer. 30:11)

Het idee is dat Israël moet worden gezuiverd in de voorbereiding voor het Koninkrijkstijdperk dat God hen beloofde, en de naties die de Messias verworpen hebben en zijn volk vervolgd, moeten worden vernietigd.

Het doel van de Grote Verdrukking is dus tweeledig: bestraffen (zuiveren) van het volk van Israël, en de naties waarheen ze zich hadden verspreid volledig te vernietigen.

De aard van de kerk

Volgens Paulus' brief aan de Efeziërs is de kerk niets minder dan een nieuw ras van de mensheid, komende uit zowel de Joden als de heidenen, maar ze delen niet de bestemming van een van beide (Efeze 2:15-16).

Het probleem dat er altijd al was geweest, dat God nooit voor lang aanwezig kon zijn in het midden van zijn schepping, omdat iemands zonden Hem altijd uiteindelijk wegdreven. Aan het kruis verzoende hij alle dingen door zichzelf, de dingen in de hemel en op aarde (Kol. 1:19-20). Dit betekende dat Hij nu in vrede met zijn creatie kon verkeren, voor de eerste keer sinds de val van de mens. Hij bereikte dit door de prijs te betalen voor alle zonden van de mensheid. Nu was er voor iedereen die het zou accepteren een volledig pardon voor zijn vroegere gedrag en nu, en in de toekomst, gratis, alleen door het te vragen.

Aanvaarding van deze gratie kwalificeert iedere persoon, jong of oud, jood of heiden, goed of slecht, om een nieuwe schepping te worden. Als we dat doen, kijkt God hierdoor naar ons alsof we helemaal zonder zonde zijn; en in feite alsof we nooit hadden gezondigd. Het vereist daarmee ook de verdeling van de mensheid in drie groepen: Jood, heiden en Gemeente (1 Kor. 10:32). Niet langer als jood of heiden (Galaten 3:26-28), wat betekent dat God's doel niet gediend is met ons aanwezig te hebben in de grote verdrukking.

Het is cruciaal dat we God's perspectief in deze begrijpen, want het is wezenlijk verschillend van ons perspectief. Voor Hem is de Gemeente zonder zonde, heilig en onberispelijk, en dat sinds het kruis (Efeze 5:25-27). Welke zonden wij als individuen hebben begaan (of nog plegen) die zijn vergeven (Kolossenzen 2:13-14) en is het alsof ze nooit zijn gedaan (2 Kor. 5:17). Aan het kruis werd de Gemeente zo rechtvaardig als God zelf (2 Kor. 5:21), perfect voor eeuwig (Hebr. 10:12-14). Vanwege het kruis heeft God mensen met wie hij in vrede kan leven. Geen verdere zuivering is nodig.

[Editor: Alhoewel iemand die bewust zondigt nadat men zijn/haar leven aan de Heer heeft gegeven zich wel mag afvragen of men nog recht voor de Heer staat.]

Wat is het punt?

Daarom wordt er geen enkel doel mee gediend om de Gemeente de grote verdrukking te laten doorstaan. Vergeet niet dat de Gemeente een lichaam is dat verspreid is over 40 generaties van het menselijk leven. Hoe kan het lijden van de laatste generatie van gelovigen al degenen zuiveren die ons zijn voorgegaan als we niet allemaal al volmaakt door het kruis waren? Alle generaties van de kerk zijn gestorven in de hoop van een eeuwigheid met de Heer door te brengen, zoals de Bijbel ons belooft. Zijn wij het alleen die deze belofte ontvangen en vervolgens alleen na het delen van Israëls zuivering? Natuurlijk niet.

In Israëls geval is het een andere zaak. De vorige generaties die hun Messias verwierpen, zijn verloren gegaan. De reiniging van de laatste generatie door middel van de grote verdrukking zal niet redden hen die zijn voorgegaan. Het is bedoeld om ten slotte hun ogen en hart te openen voor Jezus, zodat een overblijfsel van God's uitverkoren volk kan worden bewaard (Zacharia 12:10-13).

[Editor: Wat de schrijver bedoeld met verloren gegaan is mij niet duidelijk, maar hij kan geen definitief oordeel uitspreken.]

En zoals we hebben gezien, zal tijdens de grote verdrukking Gods nadruk liggen op Israël, en zijn focus is altijd óf Israël óf de kerk, nooit allebei tegelijk. (Dit is de verklaring door Jacobus in Hand. 15:12-18 en door Paulus in Romeinen 11:25-27.) Als u de aanname doet zoals ik, dat de slag van Ezechiël 38 plaats zal vinden vóór de grote verdrukking, als een resultaat van het besef dat die strijd is om Israël terug te laten keren naar God (Ezech. 39:28-29), dan weet je dat de dagen van de Gemeente op aarde moeten eindigen op datzelfde moment. Dit is wat het tot een feit maakt dat Israël opnieuw een belangrijk teken is dat het einde nabij is.

[Editor: De naties zullen pas worden vernietigd in de laatste slag samen met de antichrist. Niet eerder. Dan kan het in dit verhaal slechts zo zijn dat de omliggende landen een oorlog voeren die zal leiden tot de oprichting van het rijk van de antichrist. Andere volken kijken toe. Sjeba, Dedan, de kooplieden van Tarsis en al hun jonge leeuwen zullen tegen u zeggen: Komt u om een roof te plegen? Ezech.38:13. Het is jammer dat deze oorlog in het verhaal betrokken wordt en doet afbreuk aan het wezenlijke ervan.]

Samenvatting

Natuurlijk beloven de Schriften dat de gemeente niet aanwezig zal zijn op aarde in de Grote Verdrukking en wij hebben deze beloften in andere studies over de Opname in detail behandeld. Mijn bedoeling in deze studie is niet om ze te controleren, maar veeleer om aan te tonen dat het doel van het tweevoudige van de grote verdrukking is het bestraffen van Israël en de volledige vernietiging van de ongelovige naties, en om te laten zien dat de Gemeente geen rol heeft in een van beide. Daarom zou onze aanwezigheid op aarde in die periode geen enkel doel dienen en in feite haaks staan op onze natuur zoals God ons ziet.

Het is ook lijnrecht tegenover zijn aard, zoals geopenbaard in de Bijbel. De basis van Abrahams onderhandelingen met betrekking tot de vernietiging van Sodom en Gomorra God was dat God de rechtvaardigen niet samen met de goddelozen kan vernietigen (Genesis 18:23-25). En Petrus heeft geopenbaard hoe de geschiedenis ons leert dat God weet hoe de goddelijke mannen te redden uit het proces, terwijl de onrechtvaardige bewaard wordt voor de dag des oordeels (1 Petrus 2:4-9). Zoals Johannes deed in Openbaring 3:10, gebruikt Petrus het Griekse voorzetsel "ek" (uit) in de zin die vertaald is: uit de beproeving, in 2 Petrus 2:9. Het betekent iets uit de tijd, de plaats of de oorzaak weg te nemen van een oorzaak van een gebeurtenis. Met behulp van dit voorzetsel bevestigen Petrus en Johannes dat God weet hoe ons te verwijderen uit de tijd, de plaats en de oorzaak van het komende oordeel alvorens het over de wereld zal komen. Paulus zegt dat eveneens, dat de Heer ons zou redden uit (uit de tijd en de plaats) de komende toorn (Romeinen 5:9, 1 Thes. 1:10). “ Want God heeft ons niet bestemd tot toorn, maar tot het verkrijgen van de zaligheid, door onze Heere Jezus Christus,” (1 Thes. 5:9). U kunt bijna horen de voetstappen van de Messias.

Bron: The Tribulation's Purpose Vs. The Church's Nature - Gracethrufaith

printen??? spaar papier en inkt.