()

Waarom is er een Opname van de Kerk?

Door Gary Stearman op 29 september 2011

We kijken allemaal naar de voortdurende cyclus in de discussie over de tijd van de opname van de kerk. Het is als eb en vloed, het stijgt en daalt. Soms neemt de aandacht voor het onderwerp af tot bijna het niveau dat het vergeten is voor een tijdje. Dan, door allerlei redenen, stijgt de belangstelling weer. Af en toe stijgt die zozeer dat het een belangrijke kwestie wordt, met de bijbehorende emotie en venijnige onenigheid. Bij elke piek wegen de verschillende kampen materie en bombarderen elkaar met bewijsteksten en theoretische uitdagingen.

We lijken weer zo’n piek te hebben bereikt, gemeten naar een aantal waarden, die we later zullen bespreken in dit artikel.

Veel studenten van Bijbelse profetie zullen zich nog goed het jaar 1988 herinneren, toen een groot aantal “bewijzen” werden gepubliceerd. Het was het jaar dat ons een veel verkocht boekje bracht, dat “88 Redenen” bood waarom de opname zou plaatsvinden in dat jaar. Maar het was ook een jaar van grote opwinding onder de christenen. Slechts een paar jaar eerder, in 1967, had Israël een oorlog gewonnen die hen in staat stelde om de Tempelberg terug te winnen, al was het maar voor kort. Toen, in 1973, vechtend tegen grote ongelijkheid, had Israël de “Yom Kippur” oorlog gewonnen. Voor de profetiewachters leek het erop dat Israël door de Heer werd bvoordeeld en klaar was om de leiding over te nemen en het door God aan Abraham beloofde land terug te vorderen. De voortgang van dit proces is duidelijk beschreven door de oudtestamentische profeten.

In 1988 was opwinding koortsachtig hoog. Veel gelovigen verwachtten de Heer snel terug. Hier, moet een klein onderscheid gemaakt worden tussen degenen die een elk moment de wederkomst van de Heer verwachten. Er is een groot verschil tussen ‘spoedig’ en een ‘aanstaande’. Het eerste betekent dat er in het leven van de gelovige iets zal komen, eerder vroeger dan later.

Maar de Bijbel spreekt over de wederkomst van Christus voor de Kerk als ‘binnenkort’ - op elk moment - zonder de noodzaak dat er een iets gebeurt tussen de huidige tijd en Zijn komst.

De apostel Paulus leerde aan zijn volgelingen dat de Heer op elk moment zou kunnen terugkeren, misschien in de komende paar seconden. Geen enkele profetie behoefde voor deze komst nog vervuld te worden. Dit wordt aangeduid als de leer van ‘imminency’ (direct ophanden).

Bijvoorbeeld, hij schrijft in de tegenwoordige tijd als hij verwijst naar het geloof van de gelovigen in Thessalonica, en verzekerde hen:

“Want zij vermelden zelf over ons hoezeer wij ingang bij u gekregen hebben en hoe u zich van de afgoden tot God bekeerd hebt om de levende en waarachtige God te dienen, en Zijn Zoon uit de hemelen te verwachten, Die Hij uit de doden heeft opgewekt, namelijk Jezus, Die ons verlost van de komende toorn.” (1 Th. 1:9,10).

Het werkwoord dat Paulus hier gebruikt doelt op de zekerheid van het continue aanwezig zijn van... “Jezus, die ons redt van de komende toorn.” Met andere woorden, hij wil dat de dan levenden uitkijken naar de opname, die hij presenteert als aanstaande. Paulus gebruikt deze taal herhaaldelijk. Dat zien we keer op keer. Hier is een ander citaat dat iets later in dezelfde brief staat:

“Want wat is onze hoop of blijdschap of erekroon? Bent ook u dat niet voor het aangezicht van onze Heere Jezus Christus bij Zijn komst?” (1 Th. 2:19).

Hier is de komst van Christus voor de Kerk (de opname) een belofte, die zij die dan leven persoonlijk moeten opvatten, als rechtstreeks van toepassing op henzelf. Paulus sprak nooit over de opname als een gebeurtenis in de verre toekomst, maar als een duidelijke en reële mogelijkheid die zich kan voordoen in het leven van iedere gelovige die zijn brieven leest.

Binnenkort?

Terugkerend naar het jaar 1988 en het woord ‘spoedig’ kunnen de meesten van ons zich goed herinneren dat rond die tijd predikers over de hele wereld begonnen te verkondigen, “Jezus komt spoedig terug!” Zeker, ze geloofden het ook dat Hij binnenkort zou kunnen komen. Maar, binnenkort? Dat impliceert een komst in de komende jaren. Zeker, er was niets mis in het niveau van hun verwachting. Gelet op gebeurtenissen in de wereld en de profetische waarheden over het einde der tijden was een dergelijke opwinding - en is nog steeds - volkomen gerechtvaardigd.

Maar om te zeggen dat Hij spoedig komt is heel iets anders dan te zeggen dat Zijn komst aanstaande is. Wat bracht hen tot het doen van deze proclamatie? Het is duidelijk dat ze aanwijzingen hadden opgepikt, dat de ontwikkelingen in Israël verbonden waren met de onderwijzingen van de profeten. Toen en nu ontwikkelen zich dagelijks de voorspelde gebeurtenissen in het Land van de Bijbel.

Arabische landen

Het Midden-Oosten is een kokende pot met conflicten, en de volken bij het centrum van de actie worden alle genoemd in de profetieën. Iran (Perzië), Irak (het oude Babylon), Koeweit, Saoedi-Arabië als (Seba en Dedan), Syrië (Damascus), Egypte, Libië, Ethiopië e.a. zijn allemaal prominent genoemd in de Schrift. En ze vallen allemaal onder de controle van het grote plan, dat al zo lang de droom is van de Islamitische Broederschap, dat is: de vernietiging van Israël. Bovendien zijn ze allen benaderd door de grote macht in het noorden. Rusland heeft hun ‘steun’ aangeboden als het zijn tentakels uitstrekt rond hun olierijkdom en strategische locaties. Natuurlijk, deze ‘hulp’ omvat militaire pacten en bewapening. Dit alles is perfect in overeenstemming met het idee dat de kerk kan worden weggenomen op elk gewenst moment.

Veertig: het testgetal

De gelovigen zijn veel hoopvolle scenario’s aangeboden - wiskundige, kalendrische of Schriftuurlijke - die de opname in dat jaar tot een zeker ding zou maken. Maar in hun kern werden al deze scenario’s aangedreven door het feit dat de staat Israël, opgericht op 14 mei 1948, toen zijn veertigste verjaardag had bereikt. Israël, Gods uurwerk was doorgelopen en zou nu aankomen in het Beloofde Land, wat betekende dat het zeer waarschijnlijk was dat de kerk zou worden weggenomen, zodat de gebeurtenissen van het einde der tijden naar het hoogtepunt zouden kunnen stijgen.

Alle wiskundige en bijbelse bewijzen werden gedreven door deze eenvoudige waarheid... en ze hadden het mis. Maar er is niets mis met waakzaamheid. In feite wordt die zelfs aangemoedigd. In Jezus eigen woorden:

“Want als een strik zal hij komen over allen die op het hele aardoppervlak wonen. Waak dan te allen tijde en bid dat u waardig geacht zult worden om al die dingen die gebeuren zullen, te ontvluchten, en om te kunnen bestaan voor de Zoon des mensen. Overdag nu gaf Hij onderwijs in de tempel, maar ‘s nachts ging Hij de stad uit en overnachtte op de berg die de Olijfberg heet. En al het volk kwam ‘s morgens vroeg naar Hem toe in de tempel om Hem te horen.” (Lukas 21:35-38).

Deze discussie is nu al voor meer dan een eeuw heen en weer gegaan. Het begon in alle ernst in de jaren 1870, toen het land van Israël weer begon bevolkt te worden door Joden. De opwekkingen en missionaire bewegingen van die tijd brachten het Eerste Zionistische Congres van 1897. Voorziende de vervulling van de oudtestamentische profetieën, werkten de Joden en christenen samen. Toen Israël terugkwam naar het land, begon de opname er doorheen te weven als een grote reële mogelijkheid.

Men begon serieus de ‘pretribulation’ opname te onderwijzen. Anderen stonden op om te zeggen dat het onmogelijk zou zijn, omdat de verdrukking had al plaatsgevonden, lang geleden, in de eerste eeuw. Weer anderen leerden dat de grote verdrukking nog te wachten staat, maar dat de Kerk bestemd is om te blijven in de verdrukking tot het einde... de hele zeven jaar door. Anderen zeggen dat de kerk alleen door de eerste drie-en-een-half jaar van deze verschrikkelijke periode zou gaan, maar niet de gewelddadige zware marteling van de tweede helft. En de discussie zal ongetwijfeld verder gaan, variërend in mate van passie.

Waarom is er zo’n verschil van mening over een onderwerp dat zo overzichtelijk lijkt? Paulus schrijft: “Want God heeft ons niet bestemd tot toorn, maar tot het verkrijgen van de zaligheid, door onze Heere Jezus Christus,” (1 Th. 5:9). De ‘verlossing’ die hier wordt genoemd, is niet de eerste aanneming van Christus door de gelovige, maar de handeling van het worden weggenomen van de aarde vóór de verdrukking. Toch is er een groot misverstand over de opname. Op dit punt gaan we een vraag stellen die niet vaak is besproken:

Waarom is er eigenlijk een Opname?

Palestine Post

Waarom heeft God een verwijdering van de Kerk van de aarde voorgenomen? Als de Heer terugkomt om Zijn Koninkrijk op te richten (wat Hij zeker zal doen), waarom komt Hij niet gewoon eenvoudig terug, wekt de rechtvaardige doden op en gaat dan verder op dat punt? Waarom zou Hij de rechtvaardigen - zowel de levende als dode - naar zich toe brengen in de lucht, wanneer alles wat Hij zou moeten doen, is gelovigen op te wekken bij Zijn tweede komst?

Dit roept nog een andere vraag op. Bij de wederkomst, wie zullen er dienen op Zijn troon, als Zijn aardse vertegenwoordigers? Sommigen zeggen dat het de Kerk is.

In dat geval, wat gebeurt er dan met de twaalf stammen van Israël, en alle profetie die spreekt van hun priesterschap dat opnieuw dienst zal doen in de eindtijd? En wat doen we dan met de tempel van de Antichrist, genoemd door Daniël, Jezus en Paulus? Hij is in staat om de Joden ervan te overtuigen dat Hij hun Messias is. Waar zouden christenen dan passen in dit schema? Antwoord: Ze zouden er helemaal niet in passen.

Spreken de verzen over de opname (1 Thessalonicenzen 4) er ook over dat Jezus Zijn troon zal oprichten bij de tweede komst? Dat doen ze niet. Feitelijk spreken ze alleen van een komend oordeel, dat komt direct na de opname. Maar waarom is er een opname?

1. Is de opname een ontsnapping uit de problemen van de wereld?

Velen spotten met de opname als een “grote ontsnapping” en beweren dat het de christenen misleidt. Die zouden zich moeten voorbereiden op harde tijden, maar in plaats daarvan leven ze in de ijdele hoop dat voordat het pas echt afschuwelijk wordt, ze zullen worden weggenomen van deze aarde. Deze critici leren dat het concept van de ‘pretribulationele’ opname werd uitgevonden in de negentiende eeuw, iets wat nooit daarvoor werd geleerd. Ze hebben gedeeltelijk gelijk, de opname werd wel onderwezen in de vroege kerk, maar de opname werd niet geleerd toen Israël in ballingschap was. Zodra de Joden terug waren, begon de opname-vraag opnieuw belangrijk te worden.

Nog steeds spotten ze met christenen die zij als naïef beschouwen om te geloven in een dergelijke ontsnapping. Voor hen is de opname een ontkenning van het vermogen van de Heer om een goed voorbereide christen te maken voor de zware tijden die vlak voor ons liggen.

2.Moet de opname wachten op de laatste zondaar die gered zal worden en moet worden toegevoegd aan de Kerk?

Sommigen leren dat de opname werkt met een soort van ‘aantallensysteem’. Zij geloven dat de timing van de opname afhankelijk is van het aantal heiligen dat voorbestemd is tot het heil, en die moet worden bereikt voordat de kerk kan worden weggenomen uit de wereld. Wanneer dat aantal wordt bereikt, zal de Heer het woord spreken. Dan zal de opname plaatsvinden. Deze mensen kan men horen zeggen: ≴Wanneer de laatste heilige is gered, zal de Kerk naar huis worden geroepen.”

Dit idee maakt de opname volledig afhankelijk van de Kerk. Men zegt in feite dat er geen echte reden is voor de opname, en het maakt zelfs de timing van de Verdrukking afhankelijk van de ontwikkeling van de Kerk. Onder dit denken kan men zelfs gaan geloven dat hoe sneller we christenen redden, hoe sneller de opname zal komen. Maar het is zeker dat de opname nooit is afgebeeld als zijnde verbonden met het succes van de kerk. Integendeel, de laatste dagen van de Kerk zijn in een steeds slechter wordende omgeving, zoals beschreven is dat dit komt vlak voor de opname.

3. Is de opname een ontsnappen aan de beproevingen van de grote verdrukking?

Critici van de ‘pretribulationele’ opname krijgen vaak de kritiek van een verlangen om de ontberingen van de komende Verdrukking te ontvluchten. Zij leren dat de Kerk zich in zekere zin moet voorbereiden op de komst van het Koninkrijk door eraan deel te nemen. Misschien, zeggen ze, zullen we Gods vertegenwoordigers zijn tijdens de grote oordelen die komen. Maar de kerk is nooit gezien in deze rol. Integendeel, het is goed om uit de weg te zijn voordat deze oordelen plaatsvinden. Zoals we later zullen bespreken, is de Kerk gewoon niet in de Schrift die de gebeurtenissen van de Verdrukking beschrijft.

Een objectieve studie onthult snel en nadrukkelijk een fundamentele waarheid: De reden voor de opname is heel duidelijk. Die zal speciaal komen om plaats te maken voor de opkomst van Israël, zoals geprofeteerd in het Oude Testament. Met de Kerk in haar huidige positie kan Israël niet komen tot haar geprofeteerde bestemming.

De controverse: Israëls terugkeer

Vanaf het eerste begin in de eerste eeuw wordt het tijdperk van de kerk gekenmerkt door een centraal geschil over het profetische bestemmingen van Israël en de Kerk. Binnen de geïnstitutionaliseerde kerk is er sprake van een fundamentele onenigheid over de centrale plaats van Israël in het plan van God. Vroeg in de 5e eeuw na Christus stelde de grote theoloog van de Romeinse kerk, Augustinus, een fundamenteel theologisch standpunt vast ten aanzien van Israël.

Zijn leer was a-millennialistisch. Dat wil zeggen, hij beschouwde de huidige tijd als het geprofeteerde Millennium; het was niet een periode van duizend jaar in de toekomst. Met het innemen van deze positie redeneerde hij dat als de verdrukking komt vóór het Millennium, dan moet deze verdrukking al voorbij zijn. Hij en anderen neigden ernaar de verdrukking te verbinden met de nederlaag van Israël in de jaren tussen 70 en 135 na Christus. Israël werd gezien als in de verleden tijd, de kerk zou dan oprijzen als de leider van de wereld. Het zou geleidelijk de wereld zuiveren, totdat Christus terugkeerde in de Tweede Komst.

In meer of mindere mate ging de Augustijnse eschatologie de rooms-katholieke kerk domineren, evenals ook in de staatskerken van Europa en Amerika in de eeuwen na de Reformatie. Kortom, de hervormers gooiden de beperkingen van de rooms-katholieke legalisme van zich af, maar behield hetzelfde zicht op de laatste dagen.

Tot op de dag van vandaag hebben ze in feite Israël opzij gezet in het plan van God, met reusachtige gevolgen voor de interpretatie van de Bijbelse profetie. Een belangrijke theologie, die zegt dat de kerk Israël heeft vervangen, is uitgegroeid tot zulke proporties dat dit de standaard is voor het georganiseerde Christendom.

Maar met de terugkeer van Israël naar het beloofde land heeft zich een dramatische situatie ontwikkeld, waarbij Israël wereldwijd de paria is. De kleine nieuwe natie wordt door de hele wereld beschouwd als een aanmatigende opstart, zonder echte reden om te bestaan, behalve vanwege hun collectieve lijden in de Holocaust tijdperk van de Wereldoorlogen I en II. Hun grote wanhoop aan het einde van deze periode was de voorwaarde voor de impuls tot hun terugkeer naar het land van Israël. Vandaag zijn die herinneringen vervaagd, en de niet-joodse wereld heeft een toenemende tendens om te spotten met hun recht om te bestaan ​​als een natie.

Dit groeiende probleem dreigt nu een ​​grote oorlog over het Midden-Oosten te brengen. Israëls legitimiteit wordt ernstig ondergraven door de naties, wanneer ze elkaar ontmoeten in de beruchte eendracht, in hetzelfde VN-gebouw waar de leden het recht toekenden aan de Joden in 1947

Het mysterie van twee huizen

Parallel aan deze ontwikkelingen begon een zeer klein deel van de kerk te groeien in de late 19e en vroege 20e eeuw. Het leerde dat de klassieke meningsverschil tussen de Kerk en Israël als opeisers van het Koninkrijk zou kunnen worden opgelost. Men stelt dat de Heere werkt door opeenvolgende periodes van tijden, genaamd ‘bedelingen’. Vandaag, in de bedeling van de kerk, met de individuele verlossing als het centrum van Gods plan, daarna, in de bedeling van het Koninkrijk, waarin Israël regeren zal. De overgang tussen deze twee perioden zal worden gekenmerkt met katastrofische stuiptrekkingen die de ineenstorting van de heidense macht zal brengen die nu de wereld controleert.

Met het ‘dispensationalisme’ herleefde de apostolische leer dat er twee huizen van geloof zijn in het plan van God... dat de tijd van de Kerk eindig is en gedicteerd door Gods timing aan een einde zou komen. Dan zou Israël opnieuw oprijzen, temidden van het tumult en de chaos van de grote verdrukking. Uit die omwenteling zou een hernieuwd Israël komen, een nieuwe tempel en een duizendjarig Koninkrijk, geregeerd door Christus op aarde.

Paulus, schrijvend naar de kerk in Rome, betreurde het feit dat het nationale Israël haar Messias, de Heer Jezus Christus had verworpen. Maar hij ging nooit zo ver om Israël te veroordelen tot een geestelijke dood. Integendeel. In Romeinen hoofdstuk 11 stelt ​​hij de retorische vraag die nu weerklinkt door de eeuwen heen:

“Ik zeg dan: Heeft God Zijn volk verstoten? Volstrekt niet! Ik ben immers ook een Israëliet, uit het nageslacht van Abraham, van de stam Benjamin. God heeft Zijn volk, dat Hij van tevoren kende, niet verstoten....” (Rom. 11:1,2).

Hier is Paulus’ vraag gesteld en beantwoord in niet mis te verstane bewoordingen. Zijn retoriek begint met de zekerheid dat Israël haar Messias niet had erkend en de gevolgen onderging van die handeling. Maar hij vervolgt die waarneming al heel snel met te zeggen dat God hen niet onherroepelijk heeft verworpen.

Hij gaat verder met te zeggen dat in het plan van God Israël een doorgaande rol zal spelen, omdat het onder zijn verkiezing een uitverkoren geslacht is:

“Zo is er dan ook in deze tegenwoordige tijd een overblijfsel ontstaan, overeenkomstig de verkiezing van de genade. Maar als het door genade is, is het niet meer uit de werken, anders is genade geen genade meer. En als het uit de werken is, is het geen genade meer, anders is het werk geen werk meer. Wat dan? Wat Israël zoekt, dat heeft het niet verkregen, maar het uitverkoren deel heeft het verkregen en de anderen zijn verhard, zoals geschreven staat: God heeft hun een geest van diepe slaap gegeven, ogen om niet te zien en oren om niet te horen, tot op de dag van heden.” (Rom. 11:5-8).

Het is uiterst belangrijk dat de huidige christenen begrijpen dat waar Paulus verwijst naar de ‘tegenwoordige tijd’ deze hele weg zich uitstrekt tot onze dagen. Het is zijn manier de waarheid over de huidige bedeling te vermelden. In feite, zegt hij dat ‘onder de huidige omstandigheden’ Israël nog steeds onder de genade van God is. De natie is niet opzij geschoven, noch zal het zijn. Het werkt nu onder de voorwaarden van ‘de verkiezing der genade’. Niets kan duidelijker zijn.

Paulus stelt ​​ook een andere vraag die een grootse waarheid voortbrengt die in het algemeen over het hoofd wordt gezien. Zeker, het wordt meestal niet gebruikt om het idee van een ‘Pretribulation–opname’ te ondersteunen. Toch is het een van de grootste bewijsteksten in de hele Bijbel. Het geeft een verklaring die niet kan worden genegeerd. Israëls val bracht redding voor de heidenen. Met andere woorden, de catastrofale nederlaag van de eerste eeuw van Israël had een doel. Dit is gewoon een andere manier om te zeggen dat de val van Israël een nieuwe bedeling bracht:

“Ik zeg dan: Zijn zij soms gestruikeld met de bedoeling dat zij vallen zouden? Volstrekt niet! Door hun val echter is de zaligheid tot de heidenen gekomen om hen tot jaloersheid te verwekken. Als dan hun val voor de wereld rijkdom betekent en het feit dat zij achteropkomen rijkdom voor de heidenen, hoeveel te meer hun volheid!” (Rom. 11:11,12)

Dit is een verbazingwekkende uitspraak! Israëls val bracht een zegen voor het hele wereldsysteem met zich. Het is dan ook volkomen logisch om te concluderen dat als Israël achteropkomt, het opnieuw aan de macht komt (“hun volheid”), de wereld van de heidenen zal vallen. Dit is in feite het belangrijkste thema van het boek Openbaring, waarin de details van die ineenstorting van macht van de heidense wereld, en het herstel van Israël wordt weergegeven.

Dit simpele feit is zo volkomen duidelijk dat het niet verkeerd kan worden begrepen, behalve door mensen die worden gedreven door een agenda die onveranderlijk bevooroordeeld is ten gunste van een voortdurende dominante en onbreekbare heidense wereldmacht. Paulus besluit met de volgende passage, waarin staat dat het mysterie van de twee huizen wordt afgesloten met de ineenstorting van de heidense overheersing en de daaropvolgende redding van het nationale Israël.

Paulus pleit vurig dat de Kerk de geprofeteerde toekomst van Israël in het centrum van het denken zal houden. Anders is er de neiging om te geloven dat Israël voor altijd zijn schriftuurlijke belofte verloren heeft... de belofte dat zij terug aan de macht zou komen. Je hoort de passie in zijn woorden.

“Want ik wil niet, broeders, dat u geen weet hebt van dit geheimenis (opdat u niet wijs zou zijn in eigen oog), dat er voor een deel verharding over Israël is gekomen, totdat de volheid van de heidenen is binnengegaan.

En zo zal heel Israël zalig worden, zoals geschreven staat: De Verlosser zal uit Sion komen en zal de goddeloosheden afwenden van Jakob.

En dit is het verbond van Mij met hen, wanneer Ik hun zonden zal wegnemen. Zij zijn weliswaar wat het Evangelie betreft vijanden vanwege u, maar wat de verkiezing betreft geliefden vanwege de vaderen.

Want de genadegaven en de roeping van God zijn onberouwelijk. Zoals ook u immers voorheen God ongehoorzaam was, maar nu ontferming verkregen hebt door hun ongehoorzaamheid, zo zijn ook zij nu ongehoorzaam geworden, opdat ook zij door de ontferming die u bewezen is, ontferming zouden verkrijgen.

Want God heeft hen allen in ongehoorzaamheid opgesloten om Zich over allen te ontfermen.

O, diepte van rijkdom, zowel van wijsheid als van kennis van God, hoe ondoorgrondelijk zijn Zijn oordelen en onnaspeurlijk Zijn wegen!

Want wie heeft de gedachten van de Heere gekend? Of wie is Zijn raadsman geweest?

Of wie heeft Hem eerst iets gegeven en het zal hem vergolden worden? Want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen.

Hem zij de heerlijkheid, tot in eeuwigheid. Amen.” (Rom. 11:25-36).

Romeinen 11 begint met Paulus’ verdriet over het geestelijk falen van zijn volk, en eindigt met deze verheven opmerking over haar glorie. Paulus vraagt ​​zich hardop de verbijsterende waarheid af, dat de grote diaspora van Israël zich vervult als een groot deel van Gods plan door de eeuwen heen. Hij voorziet het wederom bijeenverzamelen en het weer verrijzen van Zion en de verlossing van het nationale Israël.

Israël was in de tijd van Paulus de vijand van het Evangelie, maar het bleef de geliefde van God, vanwege de beloften die Hij gedaan had aan hun voorvaderen. En niet alleen dat, het Oude Testament bevat een overdaad aan profetische verwijzingen naar de komende verandering van de heidense naar de joodse wereldmacht. Interessant genoeg zijn ze allemaal gefocust op de Dag van de Heer.

Want ik wil niet, broeders, dat u geen weet hebt van dit geheimenis, dat er voor een deel verharding over Israël is gekomen, totdat de volheid van de heidenen is binnengegaan. Rom 11:25

Wat is de dag van de HEER?

Goed bekeken is de uitdrukking ‘Dag van de Heer’ in de eerste plaats een zin die de grote overgang van het tijdperk van de Kerk naar het tijdperk van het Koninkrijk markeert. Het verschijnt onder deze uitdrukking 25 keer in de Schrift. Onder andere met namen, zoals ‘De grote verdrukking’, ‘De dag van onheil van Israël’, of ‘De wraak van God’ is het te vinden in meer dan 40 bijbelverzen.

Elke bijbelse verwijzing ernaar presenteert het als een tijd van ongekende angst, zowel in omvang als in mate. Het zal de ergste catastrofe zijn die deze planeet treft sinds de mens begon te leven op aarde. De oordelen worden eerst gericht op het nationale Israël in de opkomst van de Antichrist, dan op het hele boze wereldsysteem van het geheimenis Babylon.

Jesaja 13:9 merkt op dat een van de doelstellingen is, het Land van Israël te zuiveren van zondaars:

“Zie, de dag van de HEERE komt, meedogenloos, met verbolgenheid en brandende toorn, om van het land een woestenij te maken en zijn zondaars eruit weg te vagen.”

Deze tijd van ongekende rampspoed zal wellicht ook de grootste opwekking in de geschiedenis van de wereld brengen, als 144.000 mannen uit de twaalf stammen van Israël (niet de Kerk) zijn verzegeld, en weer het Evangelie van het Koninkrijk gaan verkondigen aan de hele wereld.

Uiteindelijk (en nog steeds geconcentreerd op Israël en het Joodse volk) zal de Dag van de Heer de trots van de twaalf stammen neerhalen. Kenmerkend is dat de Joden heel trots zijn op hun vermogen om te overleven, ongeacht wat ze overkomt. Ze hebben 2000 jaar geschiedenis in deze toestand doorgebracht. Sinds hun terugkeer naar het land hebben ze een reeks van oorlogen gewonnen, vaak tegen een overweldigende overmacht. Het gevolg daarvan is dat hun zelfvoldane trots een van de belangrijkste culturele kenmerken is.

De profeet Ezechiël maakt het meer dan duidelijk dat de Dag van de Heer uiteindelijk Israël op haar knieën zal brengen. Teruggrijpend op de woestijnreis van de Exodus, spreekt God door middel van Ezechiël, en vertelt Zijn volk dat ze nog een woestijnervaring ondergaan zullen, net als die welke ze te verduren hadden na hun oude vertrek uit Egypte.

Op het einde, zullen zij berouw hebben en zich weer tot de Heer keren:

“Zo waar Ik leef, spreekt de Heere HEERE, voorwaar, met sterke hand, met uitgestrekte arm en met uitgestorte grimmigheid zal Ik over u regeren!

Ik zal u uit de volken leiden en u bijeenbrengen uit de landen waaronder u verspreid bent, met sterke hand, met uitgestrekte arm en met uitgestorte grimmigheid.

Vervolgens zal Ik u brengen in de woestijn van de volken en daar van aangezicht tot aangezicht een rechtszaak met u voeren.

Zoals Ik met uw vaderen in de woestijn van het land Egypte een rechtszaak gevoerd heb, zo zal Ik een rechtszaak met u voeren, spreekt de Heere HEERE.

Ik zal u onder de herdersstok doen doorgaan en u brengen in de band van het verbond.

Ik zal van u uitzuiveren wie in opstand komen en wie tegen Mij overtreden. Ik zal hen leiden uit het land waar zij vreemdeling zijn, maar zij zullen op het grondgebied van Israël niet komen. Dan zult u weten dat Ik de HEERE ben.” (Ezechiël 20:33-38).

Het maakt niet uit welke bijbelse verwijzing je bestudeert, je zult merken dat de Dag des Heren niet alleen is gericht op Israël, maar ook extreem is in de gevolgen ervan. Vaak wordt het beoordeeld als een soort van dag des heils voor Israël. En degenen in de kerk die ervan overtuigd zijn dat ze ook door de Verdrukking zullen gaan, denken dat zij in staat zullen zijn om het te overleven en zelfs succes te hebben. Maar er zijn veel ernstige waarschuwingen over de hevigheid van deze dag.

Amos en Joël

De profeet Amos geeft een speciale waarschuwing over de dag, door op te merken dat de beoogde ontvanger Israël is. In het kader van de opname is dit heel belangrijk, want de kerk is nooit bedoeld om de Verdrukking te ervaren:

“Luister naar dit woord dat Ik aanhef over u, een klaaglied, huis van Israël.” (Amos 5:1).

In vers 18 van dit hoofdstuk, waarschuwt Amos Israël specifiek over de ernst van die dag:

“Wee hun die verlangend uitzien naar de dag van de HEERE! Wat zal voor u die dag van de HEERE zijn? Duisternis zal hij zijn en geen licht!” (Amos 5:18).

En in vers 20 van hetzelfde hoofdstuk geeft Amos een opmerking van eindigheid op de zaak:


“Zal de dag van de HEERE niet duisternis zijn, en geen licht; donkerte – zonder lichtglans erover?” (Amos 5:20).

De boodschap is: wens geen Dag van de Heer, heb er geen verlangen naar om er doorheen te gaan. Velen in de Kerk van vandaag bereiden zich juist voor op precies datgene!

In het algemeen interpreteren degenen die het bedelingenmodel van de heilsgeschiedenis volgen, de Dag van de Heer als zijnde het duizendjarige rijk, inclusief zijn opening van zeven jaren oordeel, genaamd de verdrukking als opening. Maar nogmaals, het moet worden benadrukt dat deze eerste periode van strenge oordelen bestemd is voor Israël.

Zoals de volgende tekst uit Jeremia ons vertelt, is de Dag van de Heer direct gericht op Israël, zozeer zelfs, dat de naam van Jacob ermee verbonden is. Bovendien heeft de Heer het doel om Israël te bevrijden uit de slavernij van het wereldsysteem, precies zoals Hij hen bevrijde uit de Egyptische slavernij in de dagen van de Exodus:

“Vraag toch en zie of een man baren kan? Waarom heb Ik dan iedere man gezien met zijn handen op zijn heupen als een barende vrouw, en waarom zijn alle gezichten lijkbleek weggetrokken?

Wee! Want die dag is groot, er is er geen als hij. Het is een tijd van benauwdheid voor Jakob, toch zal hij daaruit verlost worden.

Want op die dag zal het geschieden, spreekt de HEERE van de legermachten, dat Ik zijn juk van uw nek zal breken en uw banden zal verscheuren. Vreemden zullen zich niet meer door hem laten dienen, maar zij zullen de HEERE, hun God, dienen, en hun Koning David, Die Ik hun zal doen opstaan.” (Jer. 30:6-9).

Hier wordt Israël geschilderd als het ervaren van barensweeën, net zoals Jezus zei in de eindrede, toen Hij sprak van Israël tijdens de Verdrukking, en hun pijn beschreef als “... het begin der weeën” (Matt. 24:8). In de Griekse taal van het Nieuwe Testament, is hodin ‘verdriet’ of ‘barensweeën.’ Natuurlijk zou de metafoor niet compleet zijn zonder te zeggen dat de geboorte in kwestie die van het nationale Israël is, dat wordt geboren als een nieuwe, gereinigde, en verloste natie in het Koninkrijktijdperk.

Van Jeremia tot Mattheus en verder in de brieven, komen we dezelfde taal tegen. Er kan geen twijfel over bestaan ​​dat de Duizendjarige Dag van de Heer begint door een goed gedefinieerde onrust die zeven jaar duurt en de geboorte vormt van een nieuw Israël.

Opgenomen

De eerste brief van Paulus aan de Thessalonicenzen is de beslissende uiteenzetting over de opname. Wanneer de gezegende hoop van de Kerk wordt genoemd, is het de passage waar we in de eerste plaats naar kijken. Maar er moet worden vastgesteld dat de context van de opname plaatsvindt aan het begin van een geordende reeks van gebeurtenissen. Hoofdstuk 4, vers 17 spreekt over de Kerk als zijnde “... opgenomen, samen met hen in de wolken, de Here tegemoet in de lucht, en zo zullen wij altijd met de Heer zijn.”

Deze verklaring leidt direct naar het volgende hoofdstuk - hoofdstuk 5 - het onderwerp daarvan is de Dag van de Heer. Deze volgorde is perfect in overeenstemming met de tientallen passages in het Oude Testament waarin Israël fungeert als de belangrijkste speler. Maar in dit geval is het moderne Israël, de Verdrukking ervarend, eenvoudigweg aangeduid als “zij”, terwijl degenen aan wie Paulus schrijft in de kerk worden genoemd, ‘u’, ‘allen’ en ‘wij’.

De achterblijvers die de Dag van de Heer ervaren worden, ‘zij’ genoemd. Zij worden gezien als roepende om “vrede en veiligheid”, wat nu al lange tijd een slogan is in de moderne Israëlische politiek. Zelfs nu zien we dat Israël vandaag daarmee bezig is, met een idealistisch aanbieden van vrede, terwijl ze omringd worden door landen die openlijk vragen om hun volledige vernietiging. ‘Zij’ zijn het moderne Israël.

“Maar wat de tijden en de gelegenheden betreft, broeders, is het voor u niet nodig dat men u schrijft.

Want u weet zelf heel goed dat de dag van de Heere komt als een dief in de nacht.

Want wanneer zij zullen zeggen: Er is vrede en veiligheid, dan zal een onverwacht verderf hun overkomen, zoals de barensweeën een zwangere vrouw, en zij zullen het beslist niet ontvluchten.

Maar u, broeders, bent niet in duisternis, zodat die dag u als een dief zou overvallen.

U bent allen kinderen van het licht en kinderen van de dag. Wij zijn niet van de nacht en ook niet van de duisternis.” (1 Thess 5:1-5)..

En ‘wij’, leden van de Kerk, het lichaam van Christus, zijn niet in de duisternis. Wij begrijpen de fijne onderscheidingen van de genade die de verlosten van de huidige tijd nooit onder het goddelijk oordeel zou plaatsen.

Ja, er zijn mensen die zeggen dat de kerk door de Verdrukking kan gaan zonder te worden aangeraakt door Gods toorn... verzegeld als het ware, tegen elke moeilijkheid die op de weg zou kunnen komen.

Maar ze moeten nog maar eens kijken naar de Dag van de Heer. Er is niets in de Schrift dat zegt dat een kleine, selecte groep zal ontsnappen aan de verwoestingen van die verschrikkelijke dag.

Apocalyptische doodsangst

Jesaja’s zogenaamde “Kleine Apocalyps” is het toneel van de grote verdrukking. Merk op dat het dit punt maakt en zegt dat het iedereen zal betreffen. We weten uit de beelden in Openbaring dat er letterlijk miljarden zullen sterven:

“Zie, de HEERE maakt het land leeg en verwoest het; het oppervlak ervan keert Hij ondersteboven, Hij verspreidt zijn inwoners.

Het vergaat het volk dan net als de priester, de knecht als zijn heer, de slavin als haar meesteres, de koper als de verkoper, wie uitleent als wie te leen krijgt, de schuldeiser als zijn schuldenaar.

Het land zal volkomen leeggehaald en leeggeplunderd worden, want de HEERE heeft dit woord gesproken.” (Jesaja 24:1-3).

Geologen vertellen ons dat in het verleden de aarde van tijd tot tijd waggelde. Ze voegen daaraan toe dat als het weer gebeurt, de oppervlakte platen op de planeet zullen gaan glijden en reusachtige aardbevingen en vulkanen produceren. Jesaja beschrijft precies datgene:

“Scheuren, openscheuren zal de aarde, splijten, opensplijten zal de aarde, vervaarlijk wankelen zal de aarde, hevig waggelen zal de aarde, als een dronkaard.

Zij zal heen en weer slingeren als een nachthutje, haar overtreding zal zwaar op haar drukken, zij zal neervallen en niet meer opstaan.

Op die dag zal het gebeuren dat de HEERE de legermacht van de hoogte in de hoogte en de koningen van de aardbodem op de aardbodem zal straffen.” (Jesaja 24:19-21).

Jesaja 30:30 is de voorbode van de verschrikkelijke weersomstandigheden en de verstoringen die worden gezien in de verdrukking:

“De HEERE zal Zijn majestueuze stem doen horen, Hij zal het neerkomen van zijn arm doen zien in grimmige toorn: een vlam van verterend vuur, slagregens, een vloed, hagelstenen.”

Openbaring spreekt van hagelstenen bijna honderd kilo in gewicht! Zeker, de grote verdrukking zal zijn voorzien van het grootste breuken in de platentektoniek waarvan de mens ooit getuige is geweest. Stel je de volgende gruwelijke visioen uit Openbaring 6:14 voor:

“En de hemel week terug als een boekrol die wordt opgerold. En alle bergen en alle eilanden werden van hun plaats gerukt.”

En we moeten ook opmerken dat de “grote berg, brandend van vuur”, die valt in de zee, evenals de beruchte ster genaamd “Alsem”, die ook uit de hemel valt en het water vergiftigt, voor velen de dood veroorzaakt.

Daaraan toe te voegen de ongekende hongersnoden en plagen die de hele wereld zullen treffen, en je hebt een idee van wat de Dag van de Heer is. De Kerk zal uit de weg worden genomen, juist omdat het een met de Geest gevuld lichaam van Christus is, en moet worden verwijderd, zodat het programma van God kan gaan zoals geprofeteerd. Dat programma: om Israël te herstellen - niet de Kerk - als een hoofd van de volken.

Er is een reden voor de opname.

Bron: Why Is There A Rapture of the Church? | Prophecy In The News

Printen??? Spaar papier en inkt.