Opname van de gemeente.

Er zijn veel mensen die niets zien in de gedachte van de opname van de gemeente. Als argument zeggen velen dat de Heer daar niets over zegt.
Men vindt het ver gezocht.
Dit komt deels door de leer van de kerk die tot nu toe steeds leert dat er geen duizendjarig rijk is en straks op 1 dag van 24 uur alles onder het oordeel zal vallen. Voor zowel de gelovigen als de ongelovigen. Waarbij de ongelovigen naar de poel des vuur worden verwezen en de gelovigen het Koninkrijk binnentreden met een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, die volgens sommigen er net zo uitziet als de huidige aarde.
Die mensen moeten zich toch eens afvragen wat dan het tijdstip is waarop de gemeente zal binnen gegaan, de genadetijd eindigt en de tijd van Israël weer aanbreekt.

“Want ik wil niet, broeders, dat u geen weet hebt van dit geheimenis (opdat u niet wijs zou zijn in eigen oog), dat er voor een deel verharding over Israël is gekomen, totdat de volheid van de heidenen is binnengegaan. En zo zal heel Israël zalig worden, zoals geschreven staat: De Verlosser zal uit Sion komen en zal de goddeloosheden afwenden van Jakob.” (Rom. 11:25,26)

Er is dus een tijd waarop het binnengaan van de heidenen stopt en de aandacht weer naar Israël gaat.

Maar de Heer heeft wel degelijk een aanwijzing gegeven dat dit tijdstip gaat komen. “En als Ik heengegaan ben en plaats voor u gereedgemaakt heb, kom Ik terug en zal u tot Mij nemen, opdat ook u zult zijn waar Ik ben.” (Joh. 14:3)

Hier spreekt de Heer over een moment waarop het bruidsvertrek in het Vaderhuis klaar is en de bruid kan worden opgehaald voor het huwelijksfeest. Dat is het moment waarop alle gelovigen worden binnen gehaald, zowel de overledenen als de nog levende gelovigen.
De overleden gelovigen zijn immers nog niet in het Vaderhuis, maar in het Paradijs, de derde hemel, het goede en verlichte deel van het dodenrijk.
Voor het offer van Yeshua lag dit deel naast het deel waar pijn en benauwdheid was. Zo vertelde Yeshua ons als hij het verhaal vertelde over de arme en rijke man in het dodenrijk.
David zegt in Psalm 30:10 hierover; “Wat voor gewin ligt er in mijn bloed, in mijn nederdalen in de groeve? Kan het stof U loven, kan dat uw trouw vermelden?”

Dit deel van het dodenrijk met de gelovigen is door Yeshua meegenomen toen Hij het offer had gebracht en overgebracht naar het Paradijs.
“Toen Hij opvoer in de hoogte, nam Hij de gevangenis gevangen en gaf Hij gaven aan de mensen.” (Efez.4:6)

Elke gelovige voor die tijd vond het niet erg om te worden opgewekt zoals de jongeling van Naïn en Lazarus, alsmede de doden die werden opgewekt toen Yeshua stierf. Dit in tegenstelling van de mensen die in het Paradijs zijn geweest en terug moesten, die allemaal hun spijt uiten over het feit dat ze terug werden gestuurd.

Op het moment van het binnengaan wordt ons de bruidskleding gegeven. Op dat moment worden wij gelovigen overkleed met het stralen-kleed wat Adam en Eva droegen in de Hof van Eden, voordat ze naakt werden door de zonde en dit kleed verdween. Het kleed dat Yeshua droeg toen Hij opstond uit de dood, want de windsel lagen in het graf.
Paulus schrijft hierover in de tweede Korinthe brief; “Wij weten immers dat, wanneer ons aardse huis, deze tent, afgebroken wordt, wij een gebouw (oiketerion) van God hebben, een huis niet met handen gemaakt, maar eeuwig in de hemelen. Want in deze tent zuchten wij ook, en verlangen wij er vurig naar met onze woning die uit de hemel is, overkleed te worden, als wij maar bekleed en niet naakt zullen bevonden worden. Want ook wij, die in deze tent zijn, zuchten omdat we het zwaar te verduren hebben; wij willen immers niet ontkleed, maar overkleed worden, zodat het sterfelijke door het leven wordt verslonden.”
Het woord oiketerion wat hier is vertaalt als gebouw, betekend in de grondtekst ook, een lichaam als plaats voor de geest.

Dat is het moment waarover Paulus schrijft in de 1 Tessalonicenzen 4:16,17; “Want dit zeggen wij u met een woord van de Heere, dat wij die levend zullen overblijven tot de komst van de Heere, de ontslapenen beslist niet zullen voorgaan.
Want de Heere Zelf zal met een geroep, met de stem van een aartsengel en met een bazuin van God neerdalen uit de hemel. En de doden die in Christus zijn, zullen eerst opstaan. Daarna zullen wij, de levenden die overgebleven zijn, samen met hen opgenomen worden in de wolken, naar een ontmoeting met de Heere in de lucht. En zo zullen wij altijd bij de Heere zijn. ”


Hoe wist Paulus dit? Wel hij was opgetrokken geweest naar de derde hemel en had daar onderwijs ontvangen hoe dit zouden gebeuren.
“Ik ken namelijk een mens in Christus, veertien jaar is het geleden – of het in het lichaam gebeurde, weet ik niet; of buiten het lichaam, ik weet het niet; God weet het – dat zo iemand tot in de derde hemel werd opgenomen.” (2 Kor. 12:2)

Hij zegt dan ook nadrukkelijk dat dit een woord van de Heer is in 1 Thess 4:16.

Waarom gelooft men wel dat Elia en Henoch zonder te sterven zijn opgenomen in de hemel en dat dit voor andere mensen niet kan.
Zou er voor God iets te wonderlijk zijn?

Printen??? Spaar papier en inkt.