Van Medieval Sourcebook op http://www.fordham.edu/halsall/source/pact-umar.html,
26-09-2006
De voorwaarden van de dhimmitude die door Kalief Umar aan de Christenen van Syrië in de 7de eeuw worden aangeboden:

In naam van God, de Milde en Medelevende. Dit is een brief aan de dienaar van God; Umar [ ibn al-khattab ], de Bevelhebber van Gelovigen, van de Christenen van (in te vullen) stad. Toen u tegen ons kwam, vroegen wij u om veiligheidsverdrag (Aman) voor ons en onze nakomelingen, ons bezit, en inwoners van onze gemeenschap, en wij nemen daarom de volgende verplichtingen op ons:

Wij zullen niet bouwen, in onze steden of in de buurt daarvan, nieuwe kloosters, kerken, conventen, of cellen voor monniken bouwen, ook niet hetzij overdag of nacht, zullen herstellen, als ze tot ru´nes zijn vervallen of zijn gesitueerd in de Moslimwijken.

Wij zullen onze poorten brede open houden voor voorbijgangers en reizigers. Wij zullen raad geven aan en onderbrengen alle Moslims die voor drie dagen bij ons verblijven.

Wij zullen geen schuilplaats geven, in onze kerken of in onze woningen aan geen enkele spion, noch zullen we hem voor de Moslims verbergen.

Wij zullen de Qur'an niet aan onze kinderen onderwijzen.

Wij zullen in het openbaar onze godsdienst niet tonen noch zullen we iemand bekeren. Wij zullen geen van onze verwanten verhinderen om tot de Islam over te gaan als zij dat wensen.

Wij zullen eerbied naar de Moslims toe tonen, en wij zullen van onze zetels verheffen wanneer zij wensen te zitten.

Wij zullen niet op de Moslims willen lijken door geen van hun kledingstukken, qalansuwa, tulband, schoeisel, of de scheiding van het haar te imiteren. Wij zullen niet spreken zoals zij, noch wij zullen hun gewoontes adopteren.

Wij zullen niet op zadels zitten, noch zullen wij ons met zwaarden omgorden, noch om het even welk soort wapens op de persoon dragen.

Wij zullen geen Arabische inscripties op onze zegels graveren.

Wij zullen geen gegiste dranken verkopen.

Wij zullen de haren van voorzijden van onze hoofden knippen.

Wij zullen ons altijd op de zelfde manier kleden waar wij ook zijn, en wij zullen de zunar ronde onze tailles binden

Wij zullen onze kruisen of onze boeken op de wegen of de markten van de Moslims niet tonen. Wij zullen slechts de klokken zeer zacht luiden in onze kerken. Wij zullen onze stemmen niet verheffen bij onze doden. Wij zullen lichten dragen op geen van de wegen van de Moslims of op hun markten tonen. Wij zullen onze doden niet dichtbij de Moslims begraven.

Wij zullen geen slaven nemen die aan Moslims zijn toegewezen.

Wij zullen geen huizen bouwen hoger dan die van de van de Moslims.

(Toen ik de brief aan Umar bracht, mag God met hem zijn, voegde hij er aan toe, "wij zullen geen Moslim slaan.")

Wij nemen deze voorwaarden aan voor ons en voor de inwoners van onze gemeenschap, en in ruil daarvoor ontvangen wij veiligheid.

Bij iedere overtreding van deze voorwaarden waar wij zelf borg staan, verbeuren wij onze rechten van deze overeenkomst [ dhimma ], en worden wij beboet voor verzet en oproer.

Umar ibn al-khittab antwoordde: Onderteken wat zij vragen, maar voeg er twee clausules toe en leg hen dat op, naast dat wat ze reeds op zich hebben genomen.
Die zijn: "Zij zullen nooit een door de Moslims gemaakte gevangene kopen en wie wanneer dan ook een Moslim met weloverwogen bedoeling zal slaan, verbeurd de bescherming van dit pact."